Aan de doden en opnieuw beginnen

Twee weken geleden ben ik teruggekeerd uit Nepal. Een vriend zou meekomen, maar bleef om medische redenen thuis. Ik ging alleen.

Wat context: na drie jaar op Bali verhuizen we deze zomer terug naar Nederland. En telkens als ik op de rand van een grote overgang sta, zoek ik naar een rite de passage, een ritueel, iets om het moment te markeren. Nepal stond al jaren op mijn lijst. Het voelt passend. 

Ik stap in het vliegtuig met een globaal plan; tien dagen in de bergen lopen. Geen verdere intenties of verwachtingen. Niet zoeken, maar laten komen. Kijken wat er ontstaat. Serendipiteit als leidraad. 

Nepal toonde me de dood. Herhaaldelijk. Zonder filters.

De naam van mijn gids is Anjan. Mijn naam is Anne Jan. Toeval misschien, misschien niet, maar het verbindt. In de bus naar de Langtang Valley vertelt Anjan dat zijn oma net was overleden. In de Brahmaanse traditie zijn er daarna dertien dagen van strikte rituelen van rouw. Het is de vierde dag. De familie blijft bijeen in Kathmandu, wij gaan naar de bergen. 


Op de eerste dag zien we vanaf het pad rook op een verder gelegen bergkam. We horen ritmisch gedrum. We volgen het geluid en de rook en komen uit bij een crematie. Op de groene berghelling, onder een helderblauwe lucht zitten tien mannen. Broers en vrienden van de oude man die op het open vuur ligt. Monniken begeleiden de ceremonie met muziek en gebeden; 108 mantra’s en bij elk wordt er een kruid of element op het vuur toegevoegd. Iemand blaast op een grote schelp en de mannen roepen naar de geest: Laat los! Wees vrij!


Dieper de vallei in wordt de energie zwaarder. De grote aardbeving in Nepal — elf jaar geleden — begroef in deze vallei een compleet dorp en alle bewoners. Meer dan driehonderd mensen. Ze liggen er nog steeds onder een rivier van rotsblokken. Mijn gids verloor die dag twee vrienden. Wanneer we over de versteende rivier klauteren is het stil. Alsof de vallei zelf stil is. Ik hoor mijn gids zachtjes prevelen: Om-mani-padme-hum… Om-mani-padme-hum

Wanneer we een paar uur later het herbouwde dorp Langtang binnenlopen zien we vanuit de vallei kleurrijk geklede vrouwen en mannen het dorp naderen. Het zijn Sherpa’s. Ze verzamelen zich rond een huis. De zoon van het huis is een dag eerder uit een boom gevallen. Hij verzamelde gras en bladeren voor zijn Yak, maar een tak bezweek onder zijn gewicht, hij overleed ter plekke. Dorpelingen hebben hem naar huis gedragen. De gemeenschap komt van heinde en verre en start de benodigde rituelen. Zingende vrouwenstemmen vullen de lucht. Urenlang herhalen ze mantra’s in de tuin van het huis. Uit het bovenste raam hoor ik gebeden. De mannen lezen 24 uur lang de Sutra’s. Zijn lichaam zal de volgende dag naar een kleine witte stupa hoog op de berg worden gebracht, voor het laatste afscheid. 

Die nacht droom ik dat mijn vader overlijdt. Een levendige droom. Het gebeurt recht voor mijn ogen, alleen hij en ik in een kamer. Ik voel verdriet, een loslaten, schuldgevoel en mildheid. Ik word wakker en ga rechtop zitten in mijn bed. Ik zie de beelden nogmaals, helder. Mijn lichaam vol emoties. Ik pak mijn telefoon en stuur een bericht naar Nederland. 


Na zes dagen lopen zijn we in Kyangjin Gompa, het hoogste dorp en laatste dorp van de Langtangvallei. We beklimmen twee pieken en die avond zitten we rond de houtkachel bij de familie van het guesthouse. We horen onrust in het dorp. Door het keukenraam horen we het verdrietige nieuws. Een theehuiseigenaar is zojuist in de gletsjerrivier gesprongen. Zijn kleren en telefoon liggen op de oever. Hij is zijn vrouw verloren in het begraven dorp, elf jaar eerder. Hij heeft weer een leven opgebouwd daarna, een nieuw gezin, drie kinderen, maar het verdriet was nooit weggegaan. Zijn suïcide brengt de aardbeving voelbaar terug in de ruimte. Als levend verdriet. Rouw die door de tijd reist. In systemisch werk kennen we dit. De doden kunnen soms harder trekken dan de levenden. Loyaler aan hen die er niet meer zijn. Zeker als ze geen rechtmatige plek hebben gekregen.

Na tien dagen zijn we terug in Kathmandu. Nadat we de laatste dag van rituelen van Anjan’s grootmoeder bijwonen, bezoeken we Pashupatinath, een belangrijke hindoetempel aan de Bagmati rivier. Op de oevers worden de hindoes van de stad binnen 24 uur na overlijden in het openbaar gecremeerd. Een familie wast een lichaam en wikkelt het in een wit lijkgewaad. Ik staar in de vuren ernaast die langzaam kleiner worden. Totdat de resten in de rivier worden geveegd en mee worden genomen in de stroom. 

Rouw en opnieuw beginnen

Toen wij drie jaar geleden naar Indonesië vertrokken vertelde ik een vriend enthousiast over alle plannen waar we zo naar uitkeken. Hij reageerde met een vraag: “Weet je ook welke prijs je hiervoor betaald?” Inmiddels weet ik het antwoord: De prijs voor een nieuw leven is je oude leven. Alles en volledig. 

Er moet iets sterven voordat iets nieuws kan beginnen. Elke leider en ieder team dat ik begeleid weet dit, ook als de woorden er niet voor zijn. Een reorganisatie is een dood. Een nieuwe rol is de dood van een oude rol. Elk afscheid en verandering is een dood. De rouw die daarbij hoort verdient aandacht. Zonder rouwen, kan het nieuwe niet volledig aankomen.

Nepal herinnerde me aan iets wat mijn werk altijd al heeft laten zien: rituelen doen ertoe. Eindes verdienen een ceremonie. Rouwen is geen zwakte, het is het werk dat ruimte maakt.

Deze zomer verhuizen we terug naar Nederland. Een nieuwe plek. Een nieuw leven. Een nieuw bureau. 

Op wat is geweest en voorbij is gegaan. Op wat gerouwd wordt… En op wat opnieuw mag beginnen.

Anne Jan de Witte

Bali, Mei 2026

Coaching met een systemische blik

Ontvang gratis inzichten in teamdynamiek, leiderschap en systemisch werk in teams en organisaties.

Newsletter Form

Direct Contact

Contact Form